Alternatief voor wadi nieuw infiltratiesysteem

Bovengronds infiltreren wordt de nieuwe norm

Sinds 2 oktober 2023 is in Vlaanderen de nieuwe hemelwaterverordening (GSV of GSVH) van kracht. Daarmee wijzigden weer heel wat zaken met betrekking tot de hemelwaterafvoer. Zo is de klassieke 40 mregel verwijderd en moet er vanaf heden in principe bij elke aanleg, uitbreiding en zelfs heraanleg van verhardingen een bovengrondse infiltratievoorziening geplaatst worden. Maar er zijn ook uitzonderingen. We zetten de belangrijkste zaken op een rijtje.

Infiltreren is een must
De belangrijkste stelregel om te onthouden is dat infiltratie bij de aanleg, uitbreiding en heraanleg van elke verharding,
ongeacht het type en de oppervlakte, een noodzaak en prioriteit is. Men spreekt van heraanleg wanneer zowel de afwerkingslaag als de funderingslaag uitgebroken en heraangelegd wordt, of wanneer er een afwatering aangelegd wordt die er voorheen niet was. De aansluiting op een regenwaterput is voor verhardingen niet verplicht.

Natuurlijke infiltratie
Wanneer het perceel kleiner is dan 120 m2of er sprake is van voldoende natuurlijke infiltratie moet er evenwel geen bijkomende infiltratievoorziening geplaatst worden. Dat laatste is het geval wanneer de verharding rechtstreeks (zonder afvoersysteem) afwatert op het eigen, omliggende terrein en de onverharde zone minimaal 1/4 van de afwaterende oppervlakte bedraagt. Let wel: hoewel ook een waterdoorlatende verharding doorgaans water op eigen terrein laat infiltreren, telt deze niet mee als onverharde zone voor natuurlijke infiltratie.

Afwaterende oppervlakte
De ‘afwaterende oppervlakte’ is een centraal concept in de nieuwe hemelwaterverordening. De precieze berekening hangt af van de soort werken (nieuwbouw, herbouw en/of uitbreiding), maar belangrijk om te onthouden is dat voor de dimensionering van infiltratievoorzieningen zowel werken aan overdekte constructies als verhardingen in rekening gebracht moeten worden. Wordt naast de oprit ook een nieuwe carport geplaatst, dan zal ook de dakoppervlakte van die laatste dus mee bepalen hoe groot de infiltratievoorziening moet zijn.

Wat dan met waterdoorlatende verhardingen? 
Waterdoorlatende verhardingen tellen zoals eerder gesteld niet mee als onverharde zone voor natuurlijke infiltratie en vallen net als andere verhardingen onder het toepassingsgebied van de GSV, tenzij ze zelf voldoen aan de voorwaarde van natuurlijke infiltratie.

Is de hellingsgraad van de waterdoorlatende verharding kleiner dan 2%, dan hoeft de oppervlakte echter niet meegenomen te worden in de berekening van de afwaterende oppervlakte. Wordt er met andere woorden enkel een oprit in waterdoorlatende bestrating aangelegd, en gebeuren er voor het overige geen andere werken, dan is de afwaterende oppervlakte 0 en moet er in de praktijk dus geen infiltratievoorziening geplaatst worden.

Voorwaarden waterdoorlatende verharding
Let op: ook voor waterdoorlatende verhardingen gelden duidelijke regels. Zo moet de minimale doorlatendheid van elke component afzonderlijk (oppervlakteafwerking, straatlaag, fundering en onderfundering), en bijgevolg die van de gehele structuur, minimum 5,4*10-5 m/s zijn. De hellingsgraad mag maximaal 5% bedragen en als oppervlakteafwerking is er keuze tussen waterdoorlatende straatstenen, steenslagverharding, dolomietverharding, drainerend asfalt, grasdallen in kunststof of beton en kunstgras. Wordt er gebruikgemaakt van straatstenen met verbrede voegen of drainageopeningen, dan moet het voegenaandeel minimum 10% bedragen en moet de doorlatendheidsfactor van het voegvullingsmateriaal tien keer groter zijn dan die van de totale verharding. Laat u hiervoor zeker adviseren door een ArtStone specialist!

Voorwaarden infiltratievoorziening 
Moet er in uw project een infiltratievoorziening geplaatst worden, dan is de capaciteit in de eerste plaats afhankelijk van de afwaterende oppervlakte. Maar ook voor het type infiltratievoorziening gelden vanaf heden voorwaarden. Zo is bovengronds infiltreren met behulp van infiltratiekommen, infiltratiebekkens, infiltratiegrachten of wadi’s de nieuwe norm. Dergelijke systemen zijn immers beter inspecteerbaar, worden vaak op een ecologische manier ingericht en voorkomen dat grondwater ten gevolgen van een slechte aanleg gedraineerd wordt. De meer technische, ondergrondse infiltratievoorzieningen zoals kratten of het Fluvio buffer- en infiltratiesysteem mogen enkel nog toegepast worden mits een gemotiveerde aanvraag. Denk bijvoorbeeld aan projecten waar bovengrondse voorzieningen omwille van plaatsgebrek of een moeilijk doordringbare bodem niet mogelijk zijn. Om een gemotiveerde aanvraag op te maken helpen we u en uw klant bij ArtStone alvast graag verder met met alle relevante technische informatie.